About me

Voor mijn eindwerk in de middelbare school wou ik me verdiepen in attitudes en opvattingen van jongeren. Om dit grondig te onderzoeken, zocht ik enkele kneepjes van onderzoek op. Ik stelde een vragenlijst op en nam deze af van meer dan 100 jongeren. De resultaten lieten me toe om uitspraken op te stellen en boden me voer tot constructieve en gerichte discussie. 

Vervolgens startte ik mijn opleiding bachelor in de psychologie. Toen ik in het derde jaar moest beslissen welke afstudeerrichting ik zou kiezen, ondernam ik acties om de verschillende afstudeerrichtingen te verkennen. Ik verrichtte vrijwilligerswerk als persoonlijke assistent voor kinderen en jongeren met een beperking. Daarnaast werkte ik op een personeelsdienst van een grote onderneming. Ik leerde daar enerzijds de hoeveelheid aan papieren en documenten in omloop voor personeelszaken te managen, maar ik sprak er ook met de personeelsdirecteur die me uiteen zette hoe hij inzette op de motivatie van werknemers. Daar waar het klinische me interesseerde vooral omdat ik dit wil voorkomen dat men ‘uit de maatschappij valt’, lukt het me niet om hier een prijskaartje aan te willen hangen en besloot ik hier niet te willen in werken omdat ik ervan overtuigd ben dat deze hulp gratis hoort te zijn. De hoeveelheid mensen die buiten boord vallen en geen aansluiting vinden binnen de geestelijke gezondheidszorg baart me te veel zorgen. 

Bijgevolg besliste ik voor bedrijfspsychologie te gaan. Het motiveren van werknemers werd mijn drijfveer. Echter, op een humane manier, zodat mensen niet buiten boord vallen zodat het aandeel van personen die niet zonder geestelijke gezondheidszorg verkleind kan worden. Ik wou ervoor zorgen dat werknemers met een beperking aan de slag kunnen op de arbeidsmarkt, maar ook dat werknemers die reeds in de arbeidsmarkt vertegenwoordigd waren, zo goed mogelijk gemanaged werden en in staat zijn dit te blijven. 

Mijn echtgenoot werkte voor een grote onderneming te Gent waarbij een grote ontslagronde voor de deur stond. Hij besloot zelf het initiatief te nemen en afscheid te nemen van deze onderneming. Zijn leidinggevende gaf aan dat dit ervoor zorgde dat anderen konden blijven. Zonder een alternatieve positie, besloot hij afstand te nemen omdat hij wist dat hij daar niet paste. Tijdens zijn opzegtermijn presteerde hij meer en beter dan voordien. Dit triggerde alweer mijn nieuwsgierigheid en ik besloot mijn masterproef hierop te richten; hoe kan het dat na (al dan niet zelf gekozen) ontslag, een werknemer meer dan voordien gemotiveerd is en beter presteert? Ik overtuigde mijn masterproefbegeleider van dit topic en mocht dit gaan onderzoeken. Na een focusgroep en pilootstudie, een kwalitatief onderzoek, ging ik de kwantitatieve weg op met een vragenlijstonderzoek. Het had heel wat voeten in de aarde om deze doelgroep (werknemers tijdens hun opzegtermijn), maar VDAB besloot me te helpen door een oproep op hun webpagina te plaatsen. Hierdoor kon ik voldoende data verzamelen om het onderzoek uit te voeren en analyses te draaien. 

Als stage besloot ik als outplacementconsulent aan de slag te gaan; een ideale combinatie tussen een klinische insteek en een arbeidspsychologische focus. Daar merkte ik hoe sterk deze twee samenhangen. Vele werknemers steken hun hart en ziel in het werk wat ze verrichten, een ontslag heeft dan ook vaak een zeer grote impact. Ik wilde dat we dit als maatschappij beter doen, maar op welke manier? Wat zou werken? 

Een bijkomende kruisbestuiving werd duidelijk; naast de combinatie klinische psychologie met arbeids- en organisatiepsychologie, wilde ik een combinatie maken met het onderzoek en toegepast onderzoek gaan verrichten. Met als focus zoveel mogelijk mensen op een goeie manier aan de slag krijgen en houden. Inzetbaarheid of employability kwam als kernconcept naar voren. Ik startte bijgevolg aan een doctoraatsonderzoek wat helemaal aansloot bij mijn interesses bij KU Leuven onder leiding van Prof. dr. Nele De Cuyper en Prof. dr. Hans De Witte vanaf eind 2011. 

Eind 2015 diende ik mijn proefschrift in. Employability in 4D. Met een hoogzwangere buik verdedigde ik in 2016 en ik dacht na over mijn vervolgstappen. Terug de praktijk in? Verder onderzoek verrichten? Toegepast versus ‘fundamenteel’ onderzoek? Ik besloot te solliciteren en aan te voelen welke richting ik uitwilde. Het werd me al vrij snel duidelijk; de onderzoeksmicrobe had me te pakken, maar het studentencontact ook. Ik wilde graag voor de klas staan, al van kleinsaf aan. Voortgezet onderwijs is de ideale omgeving hiervoor. En dus startte ik als assistant professor of universitaire docent aan de Open Universiteit. Dankzij de vele werkstudenten stond ik dichter dan ooit bij het werkveld en kon ik masterproeven begeleiden die mee op het kruispunt van de verschillende insteken lagen. Daarnaast gaf ik mee les binnen volgende domeinen: Gedrag In Organisaties, Academische Vaardigheden, Human Resource Management, OrganisatieVerandering en Ontwikkeling, … 

Hiernaast werd ik gastprofessor bij de UGent voor het vak Human Resource Management. Op deze manier kon ik met verschillende doelgroepen in het onderwijs kennismaken; bachelorstudenten, masterstudenten, werkstudenten, fulltime studenten, etcetera. Ik merkte dat deze doelgroepen de ideale doelgroep zijn om veranderingen op de werkplek te bewerkstelligen. 

 

 

%d bloggers liken dit: