We komen er wel

Aan het einde van een pittige week, race ik door ‘mijn’ prachtige stad met mijn fiets door smalle straatjes en over kasseitjes en langs grachtjes. Ik ben net nipt/te laat. Het toonmoment is al gestart. Ik murw met mijn kleine gestalte door de hoop sterke time managende ouders, maar kom nog steeds maar tot bij de tweede rij. Ik sta onnozel te zwaaien naar mijn zoon, maar krijg geen oogcontact te pakken. Ik spot de juf, maar die is druk bezig met de kinderen te bekijken. Ze ziet, net als ik, een verstijfde jongen, lippen strak op elkaar gedrukt, voeten zij-aan-zij, spiekbriefje in beide handen geklemd, terwijl hij de laatste in de rij is. Zijn ogen zijn aan het scannen, aan het zoeken, en aan het vollopen. Hij ziet zijn anker niet. En ik kan niet langs de tribune die volgestouwd zit vol kinderen. Ik zie de juf langs de kinderen schuiven, recht op mijn zoon af; ze neemt hem bij de schouders, bukt en gaat met haar ogen op dezelfde lijn als zijn ogen staan. “Kijk, daar is je mama”. Zijn schouders zakken zeker 10cm. En zijn mondhoeken krullen subtiel. Zwaaien zit er niet in, want het spiekbriefje blijft voorbeeldig ter hoogte van zijn navel. Ik denk dat we er zijn…

Enkele weken later hebben we zorgoverleg. “Jullie zien er zelf ook veel meer ontspannen uit”. Ja. Ik denk dat we er echt zijn.

Na een jaar rond, proberen lijmen wat een ander kind brak, waar anderen bij stonden en niet ingrepen, wat anderen tollereerden als “nuttige ervaringen die hem sterken zullen voor de toekomst”, durven we onze schouders terug wat te laten zakken. Hij werd net 7j en durft stiekem terug nog maar voorzichtig te denken dat hij misschien wel de moeite waard is. Misschien ‘zijn’ we nog voorzichtig, maar komen we er zeker wel.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: