Burnoutstoef

“Ik heb een burnout” “Nee, ik!” “Nee, ik heb een burnout” “nee, jij niet, maar ik!” “Maar jij hebt geen burnout, maar ik daarentegen” “nee, hoor, als je een zou hebben, zou ik het wel weten” “maar nee, ik ben diegene met een en jij stelt je gewoon aan”

Ken je de scene uit de kleine zeemeermin “ik ben niet anders, maar jij”, “nee jij!” etcetera? Waarbij er een wedstrijd ontstaat om het meest ‘normaal’ te zijn? Wel (ik neem aan dat je dat kent, even voor het gemak), steeds vaker merk ik het omgekeerde: “nee, jij bent niet speciaal, maar ik!”. En erger nog… “nee, jij hebt geen burnout, maar ik!”.

Wedstrijd om de burnout

Toen ik vorig jaar in mijn omgeving aankaartte dat ik al een poos over mijn grenzen aan het gaan was, werd er, zonder dat ik erover begon, opgemerkt: “weet dat het geen burnout is hoor wat jij hebt, want ik weet wat dat is, ik heb al een gehad”. Los van de reactie, waar ik mijn serieuze bedenkingen bij heb, bij het niveau van constructiviteit, steun en motivatie, vind ik dit een erg vreemde dynamiek.

Om ter eerst een burnout

“Wij zijn nu eenmaal een competitieve maatschappij”. Het kwam aan bod tijdens een gesprek op radio 1, gisteren, over succesfactoren van het scandinavische onderwijs over te nemen. “Dat kan hier niet, want die concurrentiele en competitieve mindset zit er in gebakken”. Begrijpelijk dan, het stoefen met het hebben van een burnout.

Vreemde, vreemde dynamiek. Ik wil ook benadrukken welke andere tips ik kreeg over ‘doseren’, ‘balanceren’, ‘grenzen stellen’, ‘zorg dragen en lief zijn voor jezelf’. Maar het andere, de burnoutwedstrijd, dat blijft wel nog wat hangen. Het lijkt me iets wat we niet moeten willen, toch? Ik ben enorm beschaamd over mijn uitschuiver, tegen de muur te lopen, en wellicht nog een paar keer overenthousiast en overbetrokken tegen de muur te lopen. Ik schommel ergens tussen: “niets over zeggen want ik schaam me” en “vechten tegen de verkeerde dynamiek en normalisatie van het abnormale”.

Op den duur trek ik mijn ‘wezen’ in twijfel: wat is het nu eigenlijk? Heb ik wel een burnout (gehad)? Was het wel een ‘goeie’ of paste hij op de definitie? Was hij erg genoeg? Anderen lijken nog steeds beter (dan mij) in het hebben en gehad hebben van een burnout.

Uitblinken in een burnout

“Wel, had je enorme weerstand om terug naar je werkplek te gaan?” Euh nee, ik vond het fijn om te gaan en om er te zijn, ik had de afgelopen weken gewoon de energie niet, maar ik doe het werk nog steeds erg graag. “Ah, maar dan was het geen burnout”.

Zelfs bij de burnouters lijk ik een buitenstaander. Niet in staat om te pochen met een burnout. Alsof het een leuke achtbaan is om even op te zitten. ‘Laten we even een burnout hebben’. ‘Met z’n allen’. Laten we de wedstrijd om ook hier de beste in te zijn afschaffen.

Weg met de ‘ultieme’ burnout.

%d bloggers liken dit: