M-decreet ● Onderwijs ● Duurzame tewerkstelling

Het ABC-model van motivatie heeft al talloze malen benadrukt hoe belangrijk het is om je competent te voelen in je job… Tegelijkertijd zijn er steeds minder onderwijzers en krijgen we deze jobs niet ingevuld. De minister van onderwijs besloot dat we dan maar in de opleiding kunnen snoeien om deze mensen zo snel mogelijk te kunnen inzetten. Stages zo vroeg mogelijk zodat we onze personeelstekorten kunnen wegwerken… En als we dan eens vragen naar wat er in de opleiding aan bod komt over de uitvoering van het M-decreet, dan krijgen we “niets” te horen (van drie verschillende net-afgestudeerden aan een ander instituut).

Dus… hoe gaan we er dan voor zorgen dat we deze mensen gemotiveerd zijn om in deze sector aan de slag te kunnen en dat we ze blijvend inzetbaar in het onderwijs kunnen houden?

Wellicht niet door het inkorten en verarmen van de opleiding.

Wel door hen de tools te geven om zich te bekwamen en dus bekwaam te voelen.

Inzetbaarheid gaat niet enkel over het vinden van een job, maar ook over het behoud ervan. Door te snoeien in de opleiding en zaken te veranderen in de uitvoering zodat dat de rest hierop afgestemd is, zal duurzame inzetbaarheid, helaas, een issue blijven bij doelgroepen als onderwijzers.

Misschien kunnen we eens nadenken over een M-decreet voor onderwijzers? Waarbij de M voor Motivatie staat.

En voor onderwijzers die meer opleidingen hebben gevolgd… een hoger loon?

The impatient whistleblower

“The first one who sticks out his neck, loses his head”, we say in Flemish. The one who sees and addresses misconduct, will lose the battle or – even worse – will be charged or will lose credits. While – at the same time – addressing misconduct often stems from commitment of the individual, so can, may be seen as a good thing. Moreover it can serve the organization, help you to get ahead.

I love to address misconduct. Unethical behaviour. Flaws. Inefficiencies. Ineffectiveness. Etc.

All of them, but others seem to dislike me for that…

I find it so damn frustrating to be the one who demands to much and to be feared for that. I have been told to “de-need” or “de-must”. Stop wanting so much. Stop wanting to have everything correct and just.

From ‘need’ to ‘meet’: from the desire that everybody needs to obtain objectives and ethical and efficient conduct, to meet each other and to connect.

Uhu. I hear ya. “Let it go”. But I want a high level of quality, I want to perform at my highest level. I find that satisfying. I have very high demands; for myself and for others, in order to meet a greater good. I thought that this is a good thing. But others want me to let loose, let go, be less strict and compromise.

I want to get ahead. With my team, in my work, with my organization.

Overcommitment, you say? Probably. I will try to channel this in this blog in the hope that I find other equal overcommitted people. Maybe my need will disolve then naturally…

De keuze van de keizer-snede

Net zoals op vele vlakken staan mensen meteen klaar met een oordeel. Dus ik weet dat het gebeurt en ik probeer het links te laten liggen. Maar dit… dit kwetste me enorm en moet ik even van me afschrijven. Bovendien ben ik allergisch aan verkeerde data-analyse en voel ik me als wetenschapper verplicht om hierop te reageren.

“Too posh to push” las ik enkele dagen geleden in een krantenartikel. Sommige woorden zinderen nog steeds na; dat we het niet zouden zien zitten om te zwoegen op de verlostafel en daardoor – zonder medische reden – kozen voor een keizersnede. Want de cijfers toonden dat toch? Er zou maar in 10 tot 15% van de gevallen een keizersnede medisch aangewezen zijn. Ons land ligt daar ver boven, dus onze vrouwen kiezen er steeds vaker voor.

Voor alle duidelijkheid: dit is een prachtvoorbeeld van een denkfout. Een grote denkfout.

En een nieuwe vorm van victim blaming. De vrouw is niet de oorzaak… maar wel vooral slachtoffer.

Ligt de keuze werkelijk bij de moeder? Of zouden we beter een keertje kritisch stilstaan bij het grote aantal keizersneden in ons land?


Even denken. Wat zouden redenen kunnen zijn voor een keizersnede?

  • Medische redenen
  • Persoonlijke keuze

Zou er daarnaast nog iets zijn? Of is het dit?


Mocht het zo simpel zijn, zou ik eigenlijk oprecht blij zijn. De vrouw als eigen baas over haar eigen lichaam. In de lijn van het debat #GenoegGezwegen en de Geboortebeweging om vrouwen meer stem te geven in het ‘hoe’ op de verlostafel zou dit prachtig zijn.


Ik vroeg het even na bij een groep met 3201 vrouwen die een keizersnede hadden/kregen/ondergingen. Het was – als wetenschapper – sterker dan mezelf.
– Terzijde: ik moet eerlijk bekennen dat ik nog steeds niet goed weet hoe dat te verwoorden: ‘kreeg’ ik een keizersnede? Als een soort van cadeau?…

In twee uur tijd werden er 723 keren redenen aangeduid waarom deze vrouwen ooit een eerste keizersnede hadden… Het ging van ‘spoed’, tot ‘baby in nood’, tot ‘te traag vorderende ontsluiting’, tot ‘stuitligging’, enzovoort.

Vijf personen hadden er zelf voor gekozen voor de keizersnede die ze hadden.

Wacht ik herhaal dit nog even:

Van de 723 redenen die aangehaald werden voor een keizersnede, geven 5 personen die een keizersnede hadden (0,6% van diegenen die een keizersnede gehad hebben) aan dat ze er zelf voor kozen. Dat is minder dan 1 procent. 

Dit zijn – voor alle duidelijkheid – geen wetenschappelijke cijfers en hier zijn zowel Nederlandse als Vlaamse dames die geantwoord hebben, dus is nog niet helemaal zo genuanceerd als ik het – als wetenschapper – zou willen hebben.


Ik licht toch enkele deelcijfers toe:

  • 279 keren werd spoedkeizersnede aangehaald. Dit is een niet-geplande keizersnede en werd dus niet zelf voor gekozen. – Zou je je even willen indenken hoe het voor deze vrouwen voelt dat er over hen gedacht wordt dat ze hier zelf voor gekozen hebben?!
  • 149 keren werd aangehaald dat het kindje dwars of in stuit lag.
  • 86 keren te traag vorderende ontsluiting. 
  • 36 keren een baby in stress/nood.
  • etc. 
  • etc.
  • En… 5 keer was het eigen keuze.

Er kan gedebatteerd worden of bepaalde redenen medisch zijn. Bijvoorbeeld: te traag vorderende ontsluiting; is dat door een werkelijk te smal bekken, of misschien sterrenkijker waardoor indaling niet lukte. Of was de gynaecoloog haar/zijn tijd op? – Sta me toe om deze krasse vraag te stellen. Ik wil vooral uitdagen om even kritisch te denken over dit fenomeen en te zien dat de zwangere dame hier geen keizerlijke keuze maakt.


Er wordt in verschillende artikels en gesprekken/debatten aangehaald dat vrouwen bang zouden zijn voor een natuurlijke bevalling. Graag geef ik even mee hoe mijn eerste keizersnede was… Uiteraard niet in detail, maar enkele flarden zijn wel ‘goed’ om mee te krijgen:

Om 17u (iets meer dan 17u in arbeid) besloot mijn gynaecoloog van een keizersnede te doen. Ze kwam de kamer in en maakte de mededeling. ‘Het duurde te lang’. Ik moest naar de andere kant van het ziekenhuis worden gerold. Terwijl ik in volle arbeid met 4-5cm ontsluiting zat/lag/kroop/… [hier even wat censuur]

Mijn kindje werd het opgevangen door een andere vrouw en ik voelde mijn hele lichaam gek reageren; bloeddrukval, moeten overgeven, etc. etc. “Dat hoort bij de gedeeltelijke narcose” zei de anesthesist.

Ik werd naar de recovery gerold; tussen de ontwakende patiënten probeerde ik mijn kindje aan de borst te krijgen. Ik had nog nooit zoveel pijn gehad en vroeg voortdurende om meer pijnstilling te krijgen. “Je mag van geluk spreken dat de stagiair er is zodat je borstvoeding kan proberen geven, het zou anders geen waar zijn”.

Daags na de bevalling staan mijn ouders aan het einde van het ziekenhuisbed. Ik zit gelukkig helemaal op mijn roze wolk, maar heb enorm veel pijn. Ze leunen tegen het bed en ik verzet me tegen het wiebelen. Mijn buik doet zo veel pijn. Ik vraag hen niet tegen het bed te leunen, ze begrijpen niet waarom.

Ik maakte er een sport van om het ziekenhuis na vijf dagen zelf te kunnen buitenwandelen. Ik heb geen eerste pamper kunnen verversen, geen eerste badje. Ik maakte het badje ook niet van dichtbij mee; ik kon niks zien vanuit het ziekenhuisbed.

Wassen en plassen ging die eerst vijf dagen niet. En dat bezoek dan uiteindelijk werd geweerd werd niet geapprecieerd.

Na zes weken kon ik nog steeds mijn kersverse baby niet tillen, de trap oplopen was enorm pijnlijk en intussen (vijf jaar later) vergaat niezen me nog steeds niet pijnloos.

Ik voelde me gefaald en geen echte vrouw. Ik kon niet normaal bevallen, dacht ik. Ik had de prestatie niet kunnen neerzetten.

Mijn schoonmoeder probeert me te troosten: “wees blij dat je geen naweeën had, die zijn enorm pijnlijk”… ze moest eens weten hoe pijnlijk naweeën zijn als je een keizersnede hebt gehad.

De waarde van zelfstandige vroedkundigen wordt hier heel sterk in onderschat. Aan het begin van mijn eerste zwangerschap vroeg ik aan mijn gynaecoloog met welke vroedkundige ze samenwerkte. Ik werd uitgelachen en ze zei dat ik dat niet nodig had. Als ik naar een zelfstandige vroedkundige zou gaan, zou ik minder worden opgevolgd door een gynaecoloog en kreeg ik dus minder echo’s. Ik zou dan minder goed weten hoe het ging met mijn kindje.

Ik vind het zo jammer hoe deze ‘partijen’ ten opzichte van elkaar staan en ik vraag me stoutmoedig af of dit ook iets te maken heeft met het percentage keizersneden.

Na 2j (therapie en psychologische gesprekken – postnatale depressies komen overigens vaker voor bij vrouwen die een keizersnede hadden) ging ik naar een vroedvrouw om mijn bevalling te doorspreken. Zij vertelde me van de cascade van ingrepen; doordat er weeën opwekkers waren gegeven ging het plots te heftig, vroeg ik een epidurale, wat meer kans geeft op niet goed kunnen voelen en uiteindelijke keizersnede (in het kort). Het was plots niet meer mijn schuld… En was klaar voor een tweede zwangerschap.

“Ik heb het 1 keer meegemaakt: een litteken dat scheurde  tijdens de bevalling en dat wil ik nooit meer meemaken.” Het bleek meteen beslist te zijn: mijn gynaecoloog ging op 39w een keizersnede inplannen. Ik stond erop dat er wel een bekkenmeting werd gedaan om te weten of een te smal bekken de reden van de keizersnede was. De MRI was duidelijk volgens mijn gynaecologe… Toen ik diezelfde MRI voorlegde aan een vroedvrouw zei deze dat die prima binnen de maximum en minimumgrenzen lagen; ze stuurde me scans van haar ingescande handboek mee…

Ik moest hard zoeken naar een gynaecoloog die een natuurlijke bevalling zag zitten; toen ik onverwacht tijdens mijn zwangerschap toch een andere gynaecoloog kreeg bij tussentijdse controle zei hij: “ah ik zie hier dat je al een keizersnede had, dus je hebt nog een keizersnede op 39 weken, staat die al gepland?”. Ik heb toen zelf gevraagd naar de risico’s voor moeder en baby bij een tweede keizersnede en deze bleken groter dan bij een natuurlijke bevalling na een eerdere keizersnede.

 

Ik denk dus – in het kort – dat angst voor een keizersnede veel gepaster zou zijn dan voor een natuurlijke bevalling. Zonder hierdoor te ontkennen dat er zeer traumatiserende natuurlijke bevallingen zijn.


 

Terug naar de kern:

Ik vraag met aandrang aan beleidsmakers en ook artsen om eens kritisch naar het ‘fenomeen’ te kijken. Denk eens na over mogelijke redenen, oorzaken, dynamieken die er in de verlofkundige wereld spelen. Graag samen met vroedkundigen. Zij horen zo vaak verhalen van waar vrouwen mee worstelen of wat de reden is van een bepaalde keuze.

Ik voel me zo vrij van Ann De Boeck, de auteur van het artikel in de Morgen, erop aan te spreken op haar artikel met foute conclusies. Het is niet eens kort door de bocht, het is ook gewoon nog eens regelrecht foutief. Ik hoop dat dit rechtgezet wordt.

En N-VA-kamerlid Yoleen Van Camp: meteen verwijzen naar praktische en ethische overwegingen bij de mama’s leggen… getuigt van een afwezige kritische houding…

We zouden als zwangere blijkbaar graag de geboorte inplannen; daar kan ik me wel wat bij inbeelden: toen ikzelf zes dagen overtijd ging, stond er dagelijks bezoek aan de deur, ik kreeg geen halve dag rust. Daar schort inderdaad wat aan onze cultuur. Maar ik betwijfel of dit bij de zwangere dame ligt…

En onze vrouwelijke geslachtsdelen die op de proef worden gesteld en de hoop om seksleven veilig te stellen. Ik vind het enorm degoutant om het zo kortzichtig voor te stellen. En zelfs al zou dit een reden zijn, dan zou ik de vrije keuze van de vrouw respecteren. Maar dit komt nu eenmaal haast nooit voor dat dit de reden is voor een keizersnede.

Ik las van een gynaecoloog dat er voor een kind weinig verschil is tussen een natuurlijke bevalling en een keizersnede. Slik. Ik ga me hier niet aan wagen om de volledige uiteenzetting te doen aan wat er allemaal verschillend is, maar ook op dit vlak toont het hoe er binnen de verloswereld naar een bevalling wordt gekeken. Iedereen los van elkaar en vanuit een eigen belang.

Mijn tweede gynaecologe liet me om de twee weken aan de monitor liggen 20 minuten; omdat ik een risicozwangerschap had. Dit liet ze doorgaan in haar privépraktijk waarvoor ik extra moest betalen – kwam ik pas achteraf achter.


Er heerst ergens een paradox: een gynaecoloog die zegt dat de zwangere vrouw moet ingelicht worden over een natuurlijke bevalling (wat overigens wel wordt gedaan: er zijn infosessies genoeg in ziekenhuizen hierover: deze worden doorgaans georganiseerd door een vroedkundige…) versus het informeren van gynaecologen over het vaginale kunnen (bijvoorbeeld door een vroedkundige) en het informeren van de gynaecoloog door de zwangere vrouw over haar willen. Sommige vrouwen maken hiervoor een geboorteplan op; het zou een mooiere wereld zijn mochten verloskwartieren hierin kunnen meegaan en dat protocollen hierop worden afgestemd (bijv. huid-op-huid contact na een keizersnede).


Dus mogelijke redenen voor een keizersnede:

  • Angst van de gynaecoloog?
  • Financiële redenen? – ik hoop van niet, maar ik vrees wel dat dit meespeelt.
  • Praktische overwegingen van de gynaecoloog? Een bevalling van 20 min versus een bevalling van >17u. + In werktijd kunnen plannen en buiten congrestijd.

Ik roep opnieuw op voor meer respect voor de zwangere en bevallende vrouw. Het informeren en de keuzevrijheid bij de zwangere leggen zal niet het aantal keizersneden doen dalen; want vermoedelijk ligt de oorzaak van het grote aantal keizersneden niet bij deze bron en is er dus een foutieve oorzaak-gevolg redenering.

Uiteraard blijft vrouwen informeren belangrijk. En is keuzevrijheid essentieel. Het individu is baas over eigen lichaam.

Maar zouden we ook eens niet dringen wat meer naar het beroep van de gynaecoloog kunnen kijken?! Ik vind het echt weerzinwekkend en absurd dat daar totaal niet wordt bij stilgestaan. Durven deze hand in eigen boezem te steken? Leeft er een angst bij de gynaecologen? Hoe kunnen we hen hierbij beter ondersteunen? Zou deze beroepsgroep eens kunnen stilstaan bij hun common practices? Bijvoorbeeld: welke gynaecoloog heeft de meeste keizersneden; en hoe komt dat? Hoe verloopt zwangerschapsbegeleiding; hoe kunnen we dit verbeteren? Wat mag de vrouw wel zelf kiezen?

 

Wie is er dan de keizer die de keuze maakt?
De vrouw? Of de gynaecoloog?

 

Verderzetting #GenoegGezwegen #geboortebeweging

 

Meer lezen over “De keuze van de keizer-snede”

An I for an I: What about energy givers and energy takers?

“I only want to give something to someone if he gives me something back.”

Lately, people tend to divide people into ‘energy givers’ and ‘energy takers’. In order to select who they want to be around with.

-As if we always belong to one category.-

It is not new, however, that it helps people to categorize individuals because it allows them to think (fast) and make decisions. But it may be worrysome if we support each other in this line of reasoning.

Pursuing your own good is highly respected and selfishness becomes ‘a good thing’.

“I only invest in energygivers.”

We may want to nuance this line of reasoning by asking individuals where they want to invest in (you can also decide to invest in somebody who needs energy). Or when you feel able to invest in others. Because maybe, just maybe, this might also make you feel good in the long run. And it will also become highly respected.

And maybe, just maybe, we are obliged (or socially responsible) to help others and make sure we all survive and overcome shitholes.

And so the world might become a better place if we realize that we are in this together, and helping others does not have to be instrumental.

“I have to take care of myself first.” 

Consultants and coaches often draw the analogy with a plane crash – ‘always provide yourself oxygen first’. When you find yourself in a stress situation, this might be very valuable. But when are we in absolute stress? When are we thinking long term or only in the now?

What if you are not able to invest in one an other? It may help you to admit that you need someone to invest in you. Does it turn you into an ‘enerytaker’? No. It makes you human. And you might just realise that the person that needed ‘energy’ before is human too. He or she just needed energy.

The American dream versus (European) reality.

Although it can be ‘very nice’ to obtain your own goals and aspirations, it will also help you to develop and grow as a person to be altruistic and look at others not in terms of energy givers and takers, but in a different way.

If you want to keep it simple, we might categorize others in the following groups:

  • Energy (currently) wanters: able to give, but wanting to have some more
  • Energy (currently) depleters: not able to give at this moment: acute situation
  • Energy (currently) havers: able to share

This may allow individuals to change category from time to time and to feel down sometimes and dare to show and share this, as this will not exclude you from society as would be the case if you are an ‘energy taker’…

Loopbaan als doel of als middel?

Als je het woord carrière laat vallen, zeggen velen dat ze geen ambities hebben, of daar niet bewust mee bezig zijn. Het woord ‘loopbaan’ wordt dan vaak als neutraler gezien.

Een loopbaan gaat over achtereenvolgende functies die je bekleedt. We kunnen dus stellen dat iedereen een ‘loopbaan’ heeft. Sommige werknemers bekleden al 20 tot 30 jaar (of zelfs langer) dezelfde job of baan. Als je vraagt of de functie er nog steeds hetzelfde uitziet als jaren geleden, is het antwoord vaak ‘nee’.

Terwijl de term ‘carrière’ de connotatie heeft van een doel te zijn: ‘ik wil doorgroeien en ik ambieer die functie’, zouden we een loopbaan meer als een middel kunnen zien: ‘door verschillende functies te bekleden zorg ik ervoor dat ik tewerkgesteld kan worden op lange termijn’.

Het doel dat we doorgaans wel nastreven is ‘duurzame inzetbaarheid’. Dit gaat over het kunnen verkrijgen van een nieuwe functie, maar ook het kunnen behouden van een functie.

Duurzame inzetbaarheid als doel, een ‘loopbaan’ als middel.

Wanneer onze loopbaan ervoor zorgt dat we duurzaam inzetbaar zijn, kunnen we spreken over een ‘duurzame loopbaan’.

[to be continued]

Prikklok als oplossing voor te korte navelstreng

Zo’n drie a vier dagen op vijf werk ik van thuis uit. Ik probeer mijn werkplek te scheiden van mijn huishouden en heb daarvoor een afzonderlijk verdiep kunnen inrichten in onze woning.

48388520_1959855050718145_4823805609839165440_n
Voorlopig nog erg rommelige werkplek

Toch blijf ik er mee worstelen. ‘Even een wasje draaien’? ‘Even de buurvrouw helpen’? ‘Even een pakje ontvangen’? ‘Even het pakje uitpakken’? Verdorie! Ik laat me vangen door huishoudelijke taken. Of zo voelt het toch. ‘Dit zal me later zuur komen te staan en zal ik moeten inhalen’.

Ondertussen verdwijnt het verschil tussen mijn werkplek en huishouden en heb ik het wegwerken van dit verschil eigenlijk aan mezelf te wijten. Mijn werkplek verplaatst zich steeds meer naar ergens tussen de soep en de patatten. ‘Oja, even een rekeningetje betalen, dat neem ik er wel even tussen, dan is dat al gedaan’. 

Ik reken mijn werkuren uit en wil zeker tot 40 functionele uren uitkomen per week. Tegelijkertijd merk ik mijn dwaling: een ‘gewone’ werknemer die fulltime op het werk is, zal ook geen 40 effectieve werkuren presteren. Er komt vast ook wel eens een collega binnen springen of een vraag stellen, of die kijkt ook wellicht eens een uur (of twee of drie) voor zich uit. 

Ik probeer mijn ‘tekort’ qua werkuren wel weg te werken tijdens het weekend of de avond. Ik verzeil dan met mijn laptop in de zetel of aan de keukentafel. En dan komt het…

Dan blijkt de navelstreng met mijn kindjes te kort te zijn. Het liefst van al zouden ze terug mijn baarmoeder willen inkruipen. En ik ben erg dankbaar voor de liefde die ze me geven, maar dit trekt enorm aan mijn verantwoordelijkheidsgevoel en ook schuldgevoel over wat ik tijdens de week tussendoor nam. 

Ze blijven mij roepen: “mama mama mamaaaa”, ook als ik naast, achter, voor of onder hen zit. Ik kan niet dicht genoeg bij hen zijn. 

Het blijft een eindeloze worsteling. Ik denk dat ik voortaan een prikklok installeer aan de ingang van mijn ‘werkverdiep’. Zo kan ik het hele weekend door genieten van die te korte navelstreng zonder schuldgevoel…

Career transitions

Resistance – Acceptance – Resilience

[In progress – test]

Careers are built and shaped based upon events. These events can be labelled as ‘adversities’, ‘career shocks’, ‘job transitions’, ‘setbacks’, etc. The way in which we encounter or ‘not encounter’ these events depends upon a level of resistance and the process of these events depends upon our resilience. 

Loopbanen worden gevormd op basis van een opeenvolging van transities en veranderingen. Ook al blijft iemand tewerkgesteld in eenzelfde functie, toch is verandering en uitdaging eigen aan tewerkstelling over de tijd heen. Hoe we omgaan met deze verandering (zowel als organisatie als werknemer) bepaalt onze duurzame inzetbaarheid. 

When employees leave the organization, they take their knowledge with them. Their experiences in many different ways (knowledge, skills, attitudes, and other aspects) is difficult to make visible or tangible and often difficult to transfer to other employees. This mechanism can be labelled as ‘return on investment’. The organization invested in its employees and hopes to retain valuable information and experience.

When employees consider whether to invest in their staff or not, they are confronted with a ‘management paradox’: investing in employees also means ‘making our human capital more interesting for other employers’. 

From the point of view of an organization, it is part of our ‘corporate social responsability’ that we take care of our employees. This can be in the form of training for his or her job, but it can also be in the form of a social network in order to secure future employment. 

One of the popular discussions is about shared responsability regarding sustainable employability of employees. Do we need to take inititative as an employee? Or does the employer need to take the inititative? Let’s say that it is an two-way interplay between different stakeholders.

A social network appears to be one of the key mechanisms through which we can secure employment and sustainability in many different shapes and ways.

 

Welzijn na ontslag

Afscheid na ontslag

 

Literature

Peeters, E., Van de Ven, B., De Cuyper, N., Vlerick, P., & De Witte, H. (2014). Het motivationele proces van het Job Demands-Resources model bij vrijwillig en onvrijwillig ontslagen werknemers tijdens de opzegtermijn. Gedrag & Organisatie, 27(2), 213-231.

Career shocks and career resilience

A missed promotion, a bad annual review, a conflict, … They can all lead to or translate into career disruptions.

However… these “setbacks” may enable individuals to thrive and to regain passion and to build a great career, whatever that is.

When we look back at our past working experience and career steps, we often say: “that happened for the best”, although we were heartbroken when we were in the moment.

This blog will be about careers and all related things; from an individual perspective, from my own perspective, but with my scientific and psychological background.